bombel

mannelijk/vrouwelijk (de)/'bɔmbɛl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. klein knalvuurwerk
    De negatieve houding van de handelaren heeft volgens manager Gajapersad niets te maken met daling van hun omzet. "Ik verkoop door de maatregel geen bombel (rotje) minder," zegt hij. "De verkoop concentreert zich nu op de dagen vlak voor Oudejaarsdag. Maar ik vind dat we bepaalde tradities in ere moeten houden."