rotje
/ˈrɔcə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- bepaald soort vuurwerk dat na het aansteken van de lont wordt weggegooid en dan een harde knal geeft
Etymologie
**[2] omdat de vorm en de snelle beweging aan een rat doen denken, in de betekenis van ‘vuurwerk’ aangetroffen vanaf 1871
Vertalingen
Engelsfirecracker
Franspétard
DuitsBöller
Spaanspetardo
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek