bolhoed
mannelijk (de)/'bɔlhut/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (hoofddeksel) ronde, bolvormige hoed
Etymologie
* In de betekenis van ‘hoofddeksel’ voor het eerst aangetroffen in 1939
Vertalingen
Engelsbowler
Fransmelon
DuitsMelone
Spaanssombrero de hongo
Italiaansbombetta
Zweedskubb, plommonstop
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek