dophoed

mannelijk (de)/'dɔphut/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. hoofddeksel (hoofddeksel) klein bol hoedje voor dames
    De beste foto was er eentje van heel dichtbij, met haar gezicht naar de camera, warme ogen en een mooie mond, glimlachend vanonder de rand van een vilten dophoedje.