blaasorkest
onzijdig (het)/'blasɔrkɛst/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een orkest dat bestaat uit blaasinstrumenten en vaak ook slaginstrumentenIk verwacht op de bovenkamer van De Granaat weer een dwaze vrolijkheid; het blaasorkest van Jan de Man wordt al gehaald, en heel graag zou ik weer een deuntje of vier, vijf met u schotsen; denkt u dat u uw zuster zover kunt krijgen? Willem AugustijnLeeuwarden, de tiende lentemaandLiefste, vermoedelijk leest u juist de krant, en valt nu uw mondje open van verbazing.President Bashir van Sudan is aangekomen in de Nigeriaanse hoofdstad Abuja voor een Afrikaanse top. Mensenrechtengroepen hadden de Nigeriaanse regering opgeroepen Bashir aan te houden om terecht te staan voor genocide in Darfur, maar Bashir werd met ceremonieel onthaal verwelkomd. Een blaasorkest speelde op het vliegveld.Tijdens de opening van het WMC, waar ook prinses Máxima bij aanwezig was, werd de cross-over opera 'The Priest and his Servant Balda' uitgevoerd. De opera van Sjostakovitsj dateert uit 1938 en is gemaakt voor de bijzondere combinatie van animatiefilm, klein blaasorkest, koor, solisten en poppenballet.
Vertalingen
Engelswind orchestra, brass band
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek