bezoeking
vrouwelijk (de)/bə'zukɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het bezocht worden door een kwelgeest
- overdrachtelijk een zaak die als een kwelling ervaren wordtDie bureaucratische regeltjes zijn een echte bezoeking.
Etymologie
* van bezoeken
Vertalingen
Spaanscastigo
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek