bezocht

/bəˈzɔxt/

Betekenis

werkwoord
  1. bezoekers ontvangend
    De site van Perry was het laatst bezochte adres.
    Mijnheer bezocht op dat moment de West- Indische Compagnie.
    Hij bezocht een galerie? Dat wist ik niet.
  2. getroffen door onheil