bezoedeling
vrouwelijk (de)/bə'zudəlɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het te schande maken van iets of iemand; dat waarmee men iets of iemand te schande maakt
- het vuil maken van iets; dat waarmee men iets vuil maakt
Etymologie
* afleiding van van bezoedelen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek