bewijzen
/bəˈwɛizə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) aantonen; stavenKunt u die stelling bewijzen met cijfers.De keiharde bewijzen waarmee ik een rechtszaak kan aanspannen tegen de verantwoordelijke hiervoor ontbreken.' 'Maar je kunt niet bewijzen dat dit een Robles is,' zei Quick.
- (inerg) betuigen; een dienst bewijzen
- (refl) laten zien wat je kuntDe nieuwe werknemer heeft zich in zijn proefperiode voldoende bewezen.
- (refl) laten zien dat iets nuttig isComputers hebben zich in de loop van de jaren wel bewezen.
Etymologie
*Afgeleid van wijzen
Vertalingen
Engelsprove, confer a favor
Fransprouver, rendre service à
Duitsbeweisen, belegen, einen Dienst erweisen
Spaansprobar, prestar un servicio
Deenspåvise
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek