beweeglijkheid
vrouwelijk (de)/bəˈwexləkˌhɛit/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de neiging om van bewegen; het kunnen bewegenEr is een schaduw over gevallen - niet de vitale schaduw, die de sterkte en de beweeglijkheid van de zon aangeeft, maar de valse, giftige schaduw van de zonsverduistering, allesdoordringend en alles besmettend.De website Inprijsverhoogd.nl, een concurrent van Daltix, kwam eerder tot soortgelijke conclusies en ziet inmiddels dat de beweeglijkheid van de prijzen afneemt. "Tot half januari zijn de prijsbewegingen tamelijk intensief geweest. Daarna is het beeld stabieler. Maar we blijven de effecten in de gaten houden", aldus Matthijs Neppelenbroek van de site.
Etymologie
* afleiding van beweeglijk
Vertalingen
Engelsliveliness, motility, mobility
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek