volatiliteit

vrouwelijk (de)/ˌvolatiliˈtɛit/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. mate van beweeglijkheid van de koers van een aandeel of een ander financieel product zoals een aandelenindex of valuta
    Dergelijke herwaarderingen zullen in de toekomst mogelijk vaker gaan voorkomen, voorspelde Turkesteen. 'We gaan strakker op de bal zitten, dus je zult meer volatiliteit gaan zien', zei hij.
    Obama roemde Bernanke als een stabiliserende kracht voor de Amerikaanse economie en de wereldeconomie. Volgens Obama is Bernanke een 'stem van wijsheid' geweest tegen de volatiliteit van de markten.
    De machtsstrijd dreigt tot onrust te leiden in het land, dat de voorbije jaren al met heel wat politieke volatiliteit werd geconfronteerd.
  2. grilligheid waarmee gokkasten winsten uitbetalen
    Gokkasten met een hoge volatiliteit betalen minder vaak uit waardoor ze per draaibeurt risicovoller zijn.

Etymologie

*leenvertaling van "volatility"

Vertalingen

Engelsvolatility ratio, volatility
Fransvolatilité