bevlogenheid
vrouwelijk (de)/bəˈvloɣə(n)ˌhɛit/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het gemotiveerd en energiek zijnDay-Lewis wekt daarbij in zijn rol de volmaakte illusie van monomane bevlogenheid en vakmanschap, laverend tussen de eisen van zijn voorname klandizie en zijn eigen lichtgeraaktheid.de Telegraaf MARCO WEIJERS 01 mrt. 2018„De in 2011 gelanceerde nieuwe strategie (van een landelijke arbodienst gericht op verzuimreductie en preventie naar een brede HR dienstverlener gericht op bevordering van bevlogenheid) en de daarmee samenhangende naamswijziging zijn niet succesvol gebleken. Onze klanten zijn aan het overleven tijdens de huidige crisis en moeten (veelal) personeel ontslaan. Geld investeren in consultancy programma’s om bevlogenheid te vergroten staat niet (hoog) op de agenda van onze klanten.”NRC Manno Tamminga 30 juni 2014
Etymologie
* afleiding van bevlogen
Vertalingen
Engelsinspiration
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek