bezieling

vrouwelijk (de)/bə'zilɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het gemotiveerd zijn, het anderen motiveren
    Nu was hij de laatste tijd juist minder monter dan gewoonlijk. Door het vooruitzicht van een wapenstilstand was hij zichtbaar in de put geraakt, was zijn patriottische bezieling gefnuikt. {{Aut|Lemaitre, Pierre

Etymologie

* van bezielen .

Vertalingen

Spaansinspiración