bevestigen

/bəˈvɛstəɣə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ditr (ditr) iemand mededelen dat iets zoals gevraagd is of verondersteld wordt
    Van zijn moeder konden we het verhaal van deze jongeman bevestigd krijgen.[http://www.politie-ijsselland.nl/nieuwsbrieven/steenwijkerland/swl040407.html Politie IJsselland]
    Was zij een slechte moeder? Ze knikte om deze vreselijke stelling te bevestigen.
    De bekende uitzondering die de regel bevestigt.
  2. ov (ov) vastmaken
    Het uithangbord werd met een metalen beugel aan de voorgevel bevestigd.
    Thuis had ik een systeem in elkaar geknutseld met klittenband die de paraplu aan mijn rugzak bevestigde, waardoor ik mijn handen vrijhield voor mijn wandelstokken.
    Rondom het bouwwerk waren steunen bevestigd, zodat de kinderen er naar hartenlust op konden klimmen.
  3. ov (ov) overtuigender maken
    De politieagent kon het verhaal van mijn zoontje bevestigen.
  4. ov (ov) iemand plechtig in een rang of waardigheid installeren
    Hij is opnieuw bevestigd in zijn ambt.
  5. ov, religie (ov), (religie) een huwelijk ~: een huwelijk kerkelijk inzegenen
    Het huwelijk wordt volgende week zondag bevestigd.

Etymologie

*afgeleid van vestigen

Vertalingen

Engelsaffirm, confirm, fix
Fransconfirmer, accepter, affirmer
Duitsbestätigen, befestigen, fixieren
Spaansconfirmar, afirmar, corroborar
Italiaansconfermare
Portugeesfixar
Poolspotwierdzać