losmaken
Betekenis
werkwoord
- (ov) ervoor zorgen dat iets of iemand los wordtWe moeten eerst die knoop losmaken.
- (ov) minder vast laten zijnJullie moeten je echt wat meer losmaken van elkaar.
- (ov) bemachtigenIk heb dit mooie huis voor een koopje bij hem kunnen losmaken.
- (ov) interesses of emoties oproepenDit gaat een hoop bij mij losmaken...
- (ov) zich ontdoen vanWie maakt me los?
Vertalingen
Engelsunfasten, untie
Fransdéfaire, détacher
Duitslosmachen, lösen, auflösen
Spaanssoltar, desatar, desabrochar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek