woorden
boek
Start
›
V
›
vastmaken
vastmaken
/ˈvɑstˌmakə(n)/
Betekenis
werkwoord
ov
(ov) ervoor zorgen dat iets vastzit aan iets anders
Als je je fiets niet vastmaakt, dan wordt hij misschien gestolen.
Vertalingen
Spaans
asegurar, atar, sujetar
Verwante woorden
vast
vastbakken
vastbakt
vastbeet
vastbenoemd
vastbenoemde
vastberaden
vastberadenheid
vastbesloten
vastbeslotenheid
vastbijt
vastbijten
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← vastmaakten
vastmakend →