bespeuren
/bəˈspørə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) met aanzienlijke moeite waarnemen, bemerkenHij bespeurde daarin een poging de boel op te lichten.
Etymologie
*Afgeleid van speuren
Vertalingen
Engelsperceive, sense
Fransdécouvrir, entrevoir, apercevoir
Duitsverspüren, spüren, wittern
Spaansdivisar, notar, vislumbrar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek