bespanning
vrouwelijk (de)/bə'spɑnɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de trekdieren die een wagen trekken
- de snaren van een racket en de manier waarop ze gespannen zijn
Etymologie
* afleiding van bespannen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek
* afleiding van bespannen