besparing
vrouwelijk (de)/bəˈsparɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (financieel) het voordeel door ergens minder voor uit te gevenDe besparing op het huishoudgeld bedroeg al snel tientallen euro's.
Etymologie
*Naamwoord van handeling van besparen .
Vertalingen
Engelseconomy, saving
Spaansahorro
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek