besparing

vrouwelijk (de)/bəˈsparɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. financieel (financieel) het voordeel door ergens minder voor uit te geven
    De besparing op het huishoudgeld bedroeg al snel tientallen euro's.

Etymologie

*Naamwoord van handeling van besparen .

Vertalingen

Engelseconomy, saving
Spaansahorro