woorden
boek
Start
›
B
›
benoembaarheid
benoembaarheid
vrouwelijk (de)
/bə'numbarhɛɪt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
het in een ambt aangesteld kunnen worden
Etymologie
* afleiding van benoembaar
Verwante woorden
benodigd
benodigde
benodigdheden
benoem
benoembaar
benoembaarheidsvereiste
benoembaarheidsvereisten
benoembare
benoemd
benoemde
benoemden
benoemen
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← benoembaar
benoembaarheidsvereiste →