behulp

onzijdig (het)/bə'hʏlp/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. hulp, wordt nog gebruikt in de voorzetseluitdrukking 'met behulp van' (m.b.v.)
    Tegenwoordig worden kranten gemaakt met behulp van computers.
    Ik zou gaan lopen. Ik verheugde mij daarop. Ik had de hele treinreis de tijd gehad om met behulp van mijn mobiele telefoon de route van het station naar de Calle Nuova Sant'Agnese uit mijn hoofd te leren.
    Vanaf een 'luchtkraan' (een platform dat met behulp van stuwraketten op een hoogte van zo'n twintig meter blijft zweven) wordt de duizend kilogram zware Marswagen vervolgens aan kabels naar beneden getakeld.

Etymologie

*afgeleid van hulp of van behelpen

Uitdrukkingen

  • met behulp van