behuisd

/bə'hœyst/

Betekenis

werkwoord
  1. ~~ behuisd zijn: van een woning of gebouw voorzien zijn met de ~~ eigenschap
  2. voorzien zijn van een huis
    Drewerd of Drewerderhof is een behuisde wierde bij Garrelsweer (gemeente Loppersum).

Vertalingen

Engelshoused