behuizing

vrouwelijk (de)/bə'hœyzɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een gebouw of deel daarvan dat als verblijf dient
    Hij had nog geen geschikte behuizing daarvoor gevonden.
  2. techniek (techniek) een bouwsel dat is bedoeld om datgene wat er door omsloten wordt af te schermen van de buitenwereld
    Die behuizing is bedoeld om te voorkomen dat straling vrijkomt als er iets misgaat in de centrale.

Etymologie

* van behuizen