behangen

/bəˈhɑŋə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) het bedekken van wanden met een laag papier
    Voordat we de muur konden behangen moesten we eerst het oude behangsel verwijderen.
  2. ov (ov) bedekken door er iets aan, op of tegen te hangen
    Vrolijke drinkers, bevallige dames en groteske boeren behingen de muren van menig grachtenpand.

Etymologie

*Afgeleid van hangen

Vertalingen

Engelswallpaper
Spaansempapelar, tapizar, entapizar
Poolstapetować