behangen
/bəˈhɑŋə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) het bedekken van wanden met een laag papierVoordat we de muur konden behangen moesten we eerst het oude behangsel verwijderen.
- (ov) bedekken door er iets aan, op of tegen te hangenVrolijke drinkers, bevallige dames en groteske boeren behingen de muren van menig grachtenpand.
Etymologie
*Afgeleid van hangen
Vertalingen
Engelswallpaper
Spaansempapelar, tapizar, entapizar
Poolstapetować
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek