beha

mannelijk (de)/beˈɦaː/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kleding (kleding) een kledingstuk voor vrouwen dat de borsten ondersteunt
    Dames dragen vaak beha's.
    Methodisch als een sergeant- majoor maakte ze de knoopjes een voor los en liet toen de blouse van haar schouders vallen. Ze droeg geen beha. Haar bovenlichaam was volmaakt, haar rok als een stilleven van stof over de vorm haar dijen.Ze dacht vast dat Isaac aan haar dacht, maar dat was niet zo.

Etymologie

* In de betekenis van ‘bustehouder’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1950

Vertalingen

Engelsbrassiere, bra
Franssoutien-gorge
DuitsBüstenhalter, BH
Spaanssujetador, ajustador, brasier
Italiaansreggiseno, reggipetto
Portugeessoutien, sutiã, porta-seios
Russischбюстгальтер, лифчик
Chinees奶罩, 胸罩
Japansブラ, ブラジャー, ぶらじゃー
Koreaans브래지어
Arabischحمالة صدر, مشد صدر
Turkssütyen, sutyen
Poolsstanik, biustonosz
Zweedsbehå
Deensbrystholder