bedstee

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈbɛtste/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een in een afsluitbare kast ingebouwd bed
    Vroeger was een bedstee in vele huizen te vinden.

Etymologie

* In de betekenis van ‘ingebouwde slaapplaats’ voor het eerst aangetroffen in 1240

Vertalingen

Engelscupboardbed