bedstede

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈbɛtstedə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kastachtige ruimte waarin men kan slapen
    - De inrichting was aanvankelijk wat vol, „dus ik heb mijn invloed doen gelden”, zegt ze ironisch. Overbodige kussentjes en vaasjes haalde ze weg, stoelen werden verzet. „Ik voel me er thuis. En ik vind het knus om in een bedstede te slapen. Met de deuren dicht is het een intiem holletje. Het roept herinneringen op aan mijn oude huis op Texel. Daar sliep ik ook in een bedstede.”NRC Carlijn Vis 1 april 2017

Etymologie

*plaats voor bed

Vertalingen

Engelsboxbed