woorden
boek
Start
›
B
›
barkruk
barkruk
mannelijk/vrouwelijk (de)
/'bɑrkrʏk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
een hoge kruk zonder leuning de gebruikt wordt om aan de bar van een café te kunnen zitten.
De dronken man viel van zijn barkruk af.
Verwante woorden
Bark
barkas
barkassen
Barkasstraat
barkast
barkeeper
barkeepers
barkeepster
barkeepsters
Barkel
barkelner
barkelners
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← Barkmeijer
barkrukken →