barkast

mannelijk/vrouwelijk (de)/'bɑrkɑst/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. meubelstuk waarin flessen alcoholische drank en glazen bewaard en getoond kunnen worden
    Van Schotse whisky, Engelse gin, Italiaanse vermout, Caraïbische rum, over Mexicaanse tequila tot Vlaamse jenever. Doe de gemiddelde barkast open en je ziet de wereld samenkomen. De Standaard 26/12/2016 [http://www.standaard.be/cnt/dmf20161226_02645547 RECEPT. Jenevercocktail van Hannah Van Ongevalle]
    ‘De groene barkast heb ik tijdens mijn studentenjaren ooit nog gered van het groot huisvuil’, zegt Elke, die moet toegeven dat de barkast aan de kleine kant is, of dat er ten huize Arijs te veel wordt gedronken. De Standaard 15 APRIL 2017 [http://www.standaard.be/cnt/dmf20170413_02832476 AFSCHEID VAN EEN LOFT]