barkeeper

mannelijk (de)/'bɑrkipər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep (beroep) iemand die achter de bar staat en drankjes voor de gasten inschenkt
    De naam van de Griekse barkeeper was op dit tijdstip een lastige horde die hij omzeilde met de Nederlandse variant ervan.

Etymologie

* van het Engels,

Vertalingen

Engelsbartender, barkeeper, barman
Turksbarmen