baluster

mannelijk (de)/bɑ'lystər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een verticale zuil of spijl van bijvoorbeeld een trap of leuning, in het bijzonder dienend ter afsluiting en vaak sterk geprofileerd
    De baluster vormt een onderdeel van de balustrade.

Etymologie

*Via allerlei tussenvormen van het Oudgriekse βαλαύστιον.