appelsap
onzijdig (het)/ˈɑpəlˌsɑp/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (n) (drinken) een vruchtensap die uit appels bereid isOp warme dagen drink ik graag appelsap.Hierna pakte ze een pak appelsap en schonk wat voor zichzelf in.
- (f)/(m) een zekere voorraad van [1], zoals een pak of flesDe appelsap is op, ik ga even een nieuw pak halen.
Etymologie
* In de betekenis van ‘drank van appels’ voor het eerst aangetroffen in 1562
Vertalingen
Engelsapple juice
Fransjus de pomme
DuitsApfelsaft
Spaanszumo de manzana
Italiaanssucco di mela
Portugeessuco de maçã
Russischяблочный сок
Chinees蘋果汁
Japansリンゴジュース
Koreaans사과 주스
Arabischعصير تفاح
Turkselma suyu
Poolssok jabłkowy
Zweedsäppelmust, äppeljuice
Deensæblemost, æblesaft
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek