appelbloesem

mannelijk (de)/ˈɑpəlˌblusəm/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. plantkunde (plantkunde) bloem van een appelboom
    Bij kersenbloesem zijn de steeltjes langer dan bij pruimen. En bij pruimen en kersen is de bloesem helderwit, in plaats van crèmewit, zoals bij peren. Appelbloesem is roziger.
    Mannetjes ruiken naar hout, leer en nootmuskaat, vrouwtjes naar perzik en appelbloesem.
  2. kleur (kleur) bleekroze kleur
    Appelbloesem wordt gemaakt uit een kleine hoeveelheid Engels rood met veel wit. Het was een vrij algemeen voorkomende interieurkleur in de 17de eeuw.