alfa

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈɑlfa/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. α, eerste letter van het Griekse alfabet
  2. aanduiding of markering van de eerste in een volgorde
    De drie hoeken duiden we gewoonlijk aan met alfa, bèta en gamma.
  3. significantieniveau bij een statistische analyse
    Dit getal had boven de 0,9 moeten liggen, maar Jesse ontdekte dat de alfa in Stapels onderzoek 'echt belachelijk laag' was, kleiner dan 0,45.
zelfstandig naamwoord
  1. iemand die een menswetenschap studeert of beoefent

Etymologie

*naar de eerste letter van het Griekse alfabet "α" (alfa), die klinkt als de e "A"

Vertalingen

Engelsalpha
Fransalpha
DuitsAlpha
Spaansalfa