bèta

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈbɛːta/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de letter β, de tweede letter van het Griekse alfabet
    De bèta werd in de oudheid als een "b" uitgesproken, maar in Nieuwgrieks is het een "v".
  2. iemand met een voorkeur voor wiskunde en natuurwetenschappen, c.q. iemand die een opleiding volgt die daarop gericht is
    Hij is een echte bèta.

Etymologie

* Leenwoord uit het Grieks, in de betekenis van ‘de Griekse letter b’ voor het eerst aangetroffen in 1847

Vertalingen

Engelsbeta
Spaansbeta