afstellen
/'ɑfstɛlə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) regelbare parameters zo kiezen dat een toestel voor een bepaald doel gereed isWe hebben de verwarming op 21 graden afgesteld.
Vertalingen
Engelsadjust, set
Fransrégler
Duitseinstellen
Spaansajustar, regular, ahormar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek