afstaan

/ˈɑfstan/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) uit handen geven
    Hij wilde zijn brommer niet afstaan, maar moest het wel.
  2. inerg (inerg) ~ van: zich op een afstand bevinden
    Hebben we in het Westen al ooit zo ver afgestaan van de natuur?
    Hij vertrouwde er blijkbaar niet op dat de bescherming van zijn afstaande oren echt werkte.

Uitdrukkingen

  • ver afstaan van iets

Vertalingen

Spaansceder
Italiaanscedere
Poolsodstapić