afrit
mannelijk (de)/'ɑfrɪt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (verkeer) een verkeersweg waarlangs men van een autoweg of autosnelweg af kan rijdenNeem de eerste afrit links en ga vervolgens rechtdoor.
Etymologie
*helling waar men vanaf kan rijden
Vertalingen
Engelsexit
Franssortie
DuitsAusfahrt
Spaanssalida
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek