uitrit
mannelijk (de)/ˈœytrɪt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een plaats of opening waardoor of waarlangs men kan of moet uitrijdenEr stond een auto op de uitrit.
Vertalingen
Engelsexit
Franssortie
DuitsAusfahrt
Spaanssalida
Poolszjazd
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek