uitrit

mannelijk (de)/ˈœytrɪt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een plaats of opening waardoor of waarlangs men kan of moet uitrijden
    Er stond een auto op de uitrit.

Vertalingen

Engelsexit
Franssortie
DuitsAusfahrt
Spaanssalida
Poolszjazd