woorden
boek
Start
›
I
›
inrit
inrit
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
een weg die van de straat naar een gebouw e.d. voert
Er stond een auto voor de inrit.
Antoniemen
uitrit
Vertalingen
Engels
entry
Frans
ebtrée
Duits
Einfahrt
Spaans
entrada
Pools
wjazd
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← inrijverbod
inritten →