oprit
mannelijk (de)/ˈɔprɪt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (verkeer) een toegangsweg tot een grotere wegHij koos de verkeerde oprit en kwam op de zuidelijke snelweg terecht.
- (verkeer) een omhoog hellende weg naar een brug e.d.Die oprit kan 's winters flink glad wezen.
- een stuk weg tussen de openbare weg en het huis om de auto te parkeren of als toegang tot een garageParkeer je wagen maar op de oprit.
Etymologie
* hier komt de etymologie van het woord-->
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek