aframmeling

vrouwelijk (de)/'ɑfrɑməlɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. pak slaag ook figuurlijk
    Dat hoofdletsel zou Nohely volgens de moeder hebben opgelopen toen ze na een trap in haar maag met haar hoofd tegen de wand klapte. De kneuzingen waren van eerder datum en het gevolg van een aframmeling met een riem.de Telegraaf 05 feb. 2017 [https://www.telegraaf.nl/nieuws/1322618/moeder-schopt-dochtertje-4-kind-overlijdt Moeder schopt dochtertje (4); kind overlijdt ]
    De aandelenbeurzen in het Midden-Oosten kregen dinsdag wel een flinke aframmeling. De hoofdgraadmeter in Saudi-Arabië spande de kroon met een verlies van 7,5 procent, gevolgd door de beurzen in Abu Dhabi en Dubai die respectievelijk 7,2 en 5,6 procent inleverden.de Telegraaf 16 dec. 2014 [https://www.telegraaf.nl/financieel/874187/prijs-brentolie-zakt-onder-59-dollar-per-vat Prijs Brentolie zakt onder 59 dollar per vat ]
    Nu moesten ze mij een aframmeling geven, zo waren de regels.

Etymologie

* van aframmelen

Vertalingen

Engelswallop, thrashing, beating
Fransbrossée