slaag
mannelijk (de)/slaːx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het uitdelen of ontvangen van klappenHij kreeg een flink pak slaag.Degene die een pak slaag kreeg van Berts nieuwste idool Max Schmeling en dus geen Duits zwaargewichtkampioen werd.
Etymologie
* van slaan.
Vertalingen
Engelsspanking
DuitsPrügel
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek