afbijten
/ˈɑfbɛitə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) met de tanden verwijderen
- (ov), (figuurlijk) iemand boos en kortaf toesprekenDe daaropvolgende zinnen klonken afgebeten.
- (ov) met chemische middelen oplossen
Uitdrukkingen
- num =1 — de spits afbijten / het spits afbijten [http://taaladvies.net/taal/advies/vraag/747/ Taaladvies: Spits (de / het - afbijten)]|als eerste ergens aan beginnen
- van zich afbijten — zich zelf verdedigen; voor zichzelf opkomen
Vertalingen
Engelsbite off
Duitsabbeißen, anfauchen, anschnauzen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek