afkatten

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. iemand op een onvriendelijke manier toespreken
    „De Tweede Kamerverkiezingen. Ik heb veel debatten gekeken, want mijn man volgt het allemaal op de voet. Het viel mij op dat Rutte en Samsom een beetje lullig tegenover elkaar stonden. Ze waren alleen maar bezig met elkaar afkatten en met proberen zelf het beste uit de bus te komen. En ik geloof ze ook niet. Uiteindelijk heb ik Partij voor de Dieren gestemd, net als de vorige keren.” NRC Marianne Oosterbaan 31 december 2012

Etymologie

* In de betekenis van ‘afsnauwen’ voor het eerst aangetroffen in 1970