abrikozenpit

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de grote harde pit die in een abrikoos zit. Deze bevat een hoog gehalte aan cyanogenische glycosiden, waaruit het zeer giftige blauwzuur vrij kan komen
    Ook abrikozenpitten van Hanoju worden teruggeroepen omdat er een gevaarlijk hoge concentratie waterstofcyanide in zit. Het gaat om de ’Bio bittere abrikozenpitten’ en ’Bittere abrikozenpitten’, meldt de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA).