abri
mannelijk (de)/abri/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (verkeer) een wachthuisje bij een halte van het openbaar vervoerHij schuilde in een abri tegen de motregen.
- woning onder een overhangende rots
Etymologie
* uit het Frans
Vertalingen
Fransabri
DuitsWartehäuschen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek