aardworm

mannelijk (de)/ˈartwɔrᵊm/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. wormen (wormen) in de grond levende worm van de klasse
  2. regenworm
    Over enkele weken, na een paar felle najaarsstormen, zijn al die 200.000 bladeren verdwenen en worden ze door de wind voortgejaagd over de bosbodem, waar duizendpoten, maden, slijmzwammen, aardwormen en bacteriën ze zullen verteren tot nederige mulch.
  3. (plechtig) mens

Etymologie

*samenstelling van aard, (van aarde) en worm

Vertalingen

Engelsearthworm, lombrico
Fransver de terre, lombric
DuitsRegenwurm
Spaanslombriz de tierra