aardvarken
onzijdig (het)/ˈartfɑrkə(n)/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (buistandigen) bepaald soort zoogdier, , dat een lange, kleverige tong heeft, vooral 's nachts actief is en voorkomt in vrijwel geheel Afrika ten zuiden van de Sahara, als enige overlevende vertegenwoordiger van de orde der buistandigen ()Heeft u een afbeelding van een aardvarken voor mij?Niet ver van hem af bewoog zich een klein dier. Het was bruin en ongeveer zo groot als een aardvarken.{{ouds
Etymologie
*, vanwege de uiterlijke gelijkenis met een varken, feitelijk is er meer verwantschap met olifanten, zeekoeien en klipdassen, in de betekenis van ‘buistandig zoogdier’ aangetroffen vanaf 1727 (zie vindplaats hieronder)
Vertalingen
Engelsaardvark
Fransoryctérope
DuitsErdferkel
Spaanscerdo hormiguero
Portugeesoricteropo, porco-da-terra
Russischтрубкозуб
Chinees土豚
Japansツチブタ
Koreaans땅돼지
Poolsmrównik
Zweedsmyrslok, jordsvin
Deensjordsvin
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek