aardhommel
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈarthɔməl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (vliesvleugeligen) benaming voor insecten uit vier nauw verwante soorten hommels, , die hun nest onder de grond hebbenDe aardhommel slaat het stuifmeel op in toevallig leegstaande broedcellen en is te vinden op vele planten.Insecten die in kleinere kolonies buiten wonen, zoals aardhommels, of zelfs in hun eentje, zoals solitaire bijen, zijn veel kwetsbaarder voor insecticiden.
- bepaald soort insect,Ook bijen beginnen te vliegen door het warme weer, zoals de rosse metselbij – die goed gedijt in steden en dorpen. En ook hommels, zoals de aardhommel en de veldhommel.
Vertalingen
Engelsbumblebee
Fransbourdon
DuitsHummel
Spaansabejorro
Italiaansbombo
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek